Welke stroom kiest u voor uw kind?
Volgend jaar kunt u kiezen uit 2 soorten onderwijs voor uw kind. Maar waarom kiest u voor de ene of juist voor de andere stroom? Hieronder hebben we geprobeerd de verschillen in kaart te brengen.
|
Methodisch onderwijs
|
Ontwikkelingsgericht Onderwijs |
|
In groep 1 en 2 Zingen, buiten spelen, kiezen in welke hoek je gaat spelen en uit welke kast je een spelletje kiest. Zo leren de kinderen allerlei vaardigheden. Maar ook staat er elke drie weken een thema centraal, bijvoorbeeld herfst. Aan de hand van dit thema worden de vaardigheden geoefend die de kinderen nodig hebben om naar groep 3 te gaan. Zo wordt bijvoorbeeld van groot naar klein geoefend met grote en kleine bladeren. |
In groep 1 en 2 De kinderen leren door spel de vaardigheden die ze nodig hebben. In de klas worden de hoeken volgens het thema ingericht en de kinderen leren van de leerkracht hoe ze moeten spelen in de hoeken. Er wordt bijvoorbeeld een winkel in de klas gemaakt. De kinderen gaan op bezoek in een echte winkel en spelen het na in hun eigen winkel. De leerkracht zorgt ervoor dat alles wat de kinderen moeten leren in de speelhoeken wordt geleerd. |
|
In groep 3 Kinderen leren lezen met een methode. Ze leren de letters door woorden (ik, maan, roos, vis, etc.) en aan de hand daarvan leren ze nieuwe woorden lezen. Als kinderen al kunnen lezen, krijgen ze moeilijkere leesboekjes en moeilijkere opdrachten. Als kinderen het lezen lastig vinden krijgen ze extra uitleg en oefening. |
In groep 3 Kinderen werken 6 weken aan een thema bijvoorbeeld winkel. Kinderen leren schrijven en lezen door bijvoorbeeld boodschappenlijstjes te maken. Of ze schrijven de namen bij het brood en de melk, geven een naam aan hun winkel en schrijven de regels op die in de winkel gelden. Met hulp van de leerkracht leren de kinderen schrijven en lezen over onderwerpen die met het thema te maken hebben. |
|
In de groepen 4 t/m 8 Alle vakken worden door de leerkracht gegeven en daar worden methodes voor gebruikt. Voor de vakken taal, rekenen, aardrijkskunde, biologie, muziek, etc. gebruikt de leerkracht methodes. Hierin wordt alle leerstof die de kinderen moeten weten, uitgelegd en geoefend. |
In groep 4 t/m 8 De kinderen werken 6 weken aan een thema, bijvoorbeeld het tuincentrum. De kinderen gaan vragen stellen over producten, kassabeheer, etc. Daarna gaan ze de antwoorden hierover opzoeken. Tijdens het opzoeken van de antwoorden komt alle leerstof aan bod die het kind moet weten. De leerkracht heeft, voordat het thema startte, bedacht wat de kinderen moeten leren en zorgt ervoor dat alles aan bod komt. |
|
Zelfstandig werken We vinden zelfstandigheid erg belangrijk en oefenen daar al mee vanaf groep 1. In de groepen 3 t/m 8 werken de kinderen met een kaartje op tafel. Als het kaartje op rood ligt hebben de kinderen een vraag, maar gaan ze wel gewoon verder met hun werk. De leerkracht loopt drie keer per les een hulpronde en helpt de kinderen die hun kaartje op rood hebben liggen. Wij noemen dit het GIP model. |
Betrokkenheid We vinden het belangrijk dat de kinderen weten waarom ze leren. Als de kinderen zelf een brief gaan schrijven aan de winkelier om te vragen of hij iets komt vertellen over zijn zaak, dan is het belangrijk dat de brief zonder spelfouten op de bus gaat. De kinderen zijn gemotiveerd om hun spellingsles te maken, want ze snappen dat een brief vol fouten niet netjes is. |
|
Verschillende niveaus Niet elk kind leert even goed of even snel. Daarom werken we met taal- en rekenonderwijs in vier niveaus. De kinderen in niveau 4 leren makkelijk en hoeven daarom niet altijd naar de uitleg van de leerkracht te luisteren en ze mogen de makkelijke opgaven overslaan. Nu hebben ze meer tijd om moeilijke en uitdagende opgaven te maken. De kinderen uit niveau 1 vinden het leren moeilijk. Zij krijgen extra uitleg van de leerkracht en maken de moeilijke opgaven niet. Zo werken de kinderen op eigen niveau en in eigen tempo. |
Betekenisvol We proberen de echte wereld van buiten in de klas te halen. Als we over de winkel werken dan gaan we boodschappenlijstjes maken, boodschappen doen en zelf een winkel namaken in de klas. De kinderen leren door het zelf te doen en leren doordat ze het in de praktijk nodig hebben. |
Wat bieden we aan alle kinderen op de Lichtbaak
. Alle kinderen moeten zich fijn voelen op school.
. De kinderen zijn op school om te leren en zich te ontwikkelen.
. Aan het eind van groep 8 hebben alle kinderen geleerd wat ze moesten leren. De manier waarop was alleen anders. Ze maken allemaal dezelfde onafhankelijke Citotoets in groep 8 en de resultaten zullen ongeveer hetzelfde moeten zijn.
Wat komt verder in beide stromen aan bod:
Boekenbeer van groep 1 t/m 6, onderwijsassistentes in groep 1 en 2, huiswerkklas voor groep 6, 7, en 8, creamiddag, muziek door een vakleerkracht, gymnastieklessen door een vakleerkracht, typeles, schoolorkest en Sova-training.
Hoe moet u kiezen?
Beide soorten onderwijs zijn goed en we zijn trots op beide stromen. Eigenlijk maakt het niet uit welke stroom u kiest, want elk kind krijgt dezelfde leerstof aangeboden.
Waarom dan toch twee stromen?
Elk kind zit anders in elkaar. Het ene kind vindt het fijn precies te weten waar hij/zij aan toe is, wat er vandaag af moet zijn en hoe de les gemaakt moet worden om het goed te doen. Dit kind vindt het vast fijn in de methodische stroom. Het andere kind houdt ervan om zelf op onderzoek uit te gaan, zelf te ontdekken, zelf te ervaren. Dit kind vindt het vast prettig in het Ontwikkelingsgericht Onderwijs.
U als ouder maakt de keuze voor uw kind. U kiest wat voor u het beste voelt. We begrijpen dat het moeilijk is, maar verzekeren u dat uw kind in beide stromen dezelfde kwaliteit onderwijs krijgt.